Kleuren, knutselen, spelletjes alles voor kinderen en ouders
Dutch English French German Italian Portuguese Spanish Swedish Turkish

SpeelZolder

advertentie

Nieuw op SpeelZolder

Socialmedia

Hyves Facebook Twitter SpeelZolder op - Hyves - Facebook en Twitter

Wie is er op de site?

We have 85 guests and no members online

User Rating:  / 4
PoorBest 
 

 Olivier: Heb ik zo lang vakantie (vervolg)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Olivier maakt eerst kennis met de zuster en broeders die op de afdeling van papa zijn, want stel dat papa er even niet is kan hij naar iemand anders lopen. Als papa net met Olivier naar de jongen wil lopen, moet papa met spoed weg. Er is een mevrouw binnen gebracht waar papa snel heen moet. De zuster achter de balie neemt Olivier mee naar de jongen. “Kijk eens, Jessie, dit is Olivier. Hij komt vandaag met jou wat leuks doen”, zegt de zuster. “O, ben jij het zoontje van mijn dokter?”, vraagt Jessie. Olivier kijkt naar de zuster of hij wat moet zeggen. De zuster knikt en al snel zijn de twee jongens druk aan het kletsen. Ze doen die morgen spelletjes en Jessie laat zien welk spel op de computer hij heel goed kan, Olivier probeert het ook een keertje. “Mag jij ook van je kamer af?”, vraagt Olivier aan het einde van de ochtend. De jongen haalt zijn schouders op weet eigenlijk niet of het mag. Hij zit nu wel even in de rolstoel om te oefenen voor als hij straks naar huis mag. Maar ja, of je dan nog van de afdeling af mag? “Ik geloof dat ik hier niet weg mag”, zegt Jessie. “He jammer. Ik dacht misschien kunnen we even door het ziekenhuis gaan lopen. Ik vind het niet meer zo leuk om al die tijd op jouw kamer te zitten”, zegt Olivier. “Nou we kunnen wel even een stukje lopen denk niet dat de zuster daar boos over wordt”, zegt Jessie. Olivier staat op en duwt Jessie de gang op, eerst even kijken of er een zuster loopt, maar die zal wel bij iemand anders zijn. Het is niet druk in het ziekenhuis en Jessie is wel de enige jongen, toch liggen er nog meer zieke mensen.

De jongens lopen de gang op en nemen de lift naar beneden. Ze kijken in het restaurant van het ziekenhuis en gaan dan weer verder. Als ze op een babyafdeling komen, komt er een mevrouw naar hun toe. “Hallo, jongens kan ik jullie helpen?”, vraagt ze. “Nee hoor. We zijn even een stukje aan het lopen”, zegt Olivier. “Een stukje aan het lopen? En waar hoor jij dan thuis?”, vraagt de zuster aan Jessie. “Ik lig op de kinderafdeling. Maar er zijn nu geen kinderen. Dus is Olivier mee gekomen met de dokter en hij speelt vandaag met mij”, vertel Jessie. “Welke dokter is jouw vader dan?”, vraagt de zuster. Jessie zegt dat hij alle kinderen beter maakt. Maar daar heeft de zuster niks aan. De zuster wil graag weten waar de jongens thuis horen omdat je niet zomaar door een ziekenhuis heen mag wandelen. Ze vraagt nog van alles aan de jongens en dan weet de zuster opeens welke vader van Olivier is. “Lopen jullie maar even mee dan ga ik wel even bellen”, zegt de zuster. Ze belt naar de afdeling en als ze terug komt zegt ze:”Jullie worden zo opgehaald, blijf hier meer even wachten”. De jongens knikken.

Na een paar tellen hoort Olivier zijn vader op de gang:” Hier ben ik hoor papa”, zegt hij. “Olivier en Jessie, wisten jullie dat je helemaal niet op de gang mag gaan wandelen. Je kunt andere mensen wakker maken en volgens mij weten jullie niet eens meer hoe je terug moet. Ik vind dat echt niet kunnen. En dan nog iets, Jessie jij mag helemaal niet van je kamer af. Stel dat je bezoek had gekregen of dat je jouw medicijnen in moest nemen, stel dat je been ergens tegenaan was gekomen. Het is echt niet goed voor je been. Wil je weer snel naar huis?”, vraagt papa allemaal. Jessie kan alleen maar knikken, want hij wil heel graag naar huis, maar weet dat hij niet zó, met veel pijn en pennen in het been, naar huis mag. Het been moet eerst iets beter zijn. Daarom knikt hij maar. De papa van Olivier weet genoeg en kruipt achter de rolstoel en brengt de jongens terug waar ze horen.

Als Jessie samen met Olivier gegeten heeft moet hij even slapen. Olivier mag mee met papa. In het kantoor van papa wil papa nog even met Olivier praten. “Olivier, je weet toch dat je niet met patiënten over de gangen heen mag rijden”. “Ja, maar ik dacht. Het is zo stil, omdat alle mensen thuis zijn of op vakantie, dus we mogen dan wel een stukje wandelen”, antwoordt Olivier”, en ik word een beetje moe van al die tijd daar te zitten. We hadden alle spelletjes ook al een keer gedaan”. “Dat snap ik best, jongen. Maar die zieken kinderen moeten de hele dag op hun kamer blijven. Een spelletje doen of wachten tot er iemand komt, niemand mag van zijn kamer af. Wees maar blij dat jij niet in het ziekenhuis ligt, want dan mag je ook niet van je kamer af. Je mag van je kamer als de zuster het zegt of jou meeneemt, maar verder blijf je op die kamer, snap je dat?”, vraagt papa na zijn uitleg. Olivier begrijpt het wel en zegt “Sorry”. Papa is al lang blij dat hij het begrijpt.“Ik heb je trouwens nog iets te vertellen”, zegt papa. “Weet je nog dat ik vanmorgen snel weg moest omdat een mevrouw binnen was gebracht die ziek was geworden”zegt papa. Olivier kijkt papa aan en knikt van ‘ja’.“Weet je wie die mevrouw is?”, vraagt papa. Met een blik van ‘weet ik niet’, dus papa weet genoeg. “Je juffrouw”, zegt papa. “Is mijn juf in het ziekenhuis. En wat heeft de juf dan? Mag ik naar haar toe? , vraagt Olivier. “Je juffrouw heeft een beetje pijn in haar rug. Ze is gevallen en moet nu even wachten”, zegt papa. Olivier wil veel meer weten en papa vertelt dat de juffrouw gestruikeld is, en verkeerd gevallen is. Nu heeft papa foto’s genomen en als de foto’s klaar zijn weet papa wat er aan de hand is. Aan het einde van de middag hoort Olivier’s juffrouw of ze een nachtje moet blijven. Natuurlijk wil Olivier ook even bij de juf kijken en samen met papa gaat hij er naar toe. “Hallo juf”, zegt Olivier als hij naast haar bed staat. De juffrouw kan net opzij kijken en zegt:”He Olivier wat doe jij nu hier?”. Olivier vertelt aan de juf dat hij mee mocht naar het ziekenhuis. Dat er een zieke jongen is waar hij mee mocht spelen omdat hij niet naar huis mocht, maar dat de jongen nu slaapt, De juf snapt het helemaal. Want nu begrijpt ze ook dat die dokter, de vader van Olivier is. Natuurlijk wist de juf wel dat de vader van Olivier dokter is en ze heeft de papa van Olivier wel eens gezien, maar niet in dokterskleding. De juffrouw verteld dit en met zijn alle moeten ze erom lachen. Dat doet wel een beetje zeer bij de juffrouw. Papa gaat even navragen of de foto’s al klaar zijn en Olivier mag even bij de juf blijven. Olivier verteld van zijn vakantie en ook de juf verteld wat ze allemaal heeft gedaan. Als papa terug komt brengt hij Olivier weer bij Jessie en blijft daar tot papa hem komt halen.

Onderweg naar huis wil Olivier heel graag weten of de juf naar huis is.”Ja, je juf is weer naar huis. Ze moet wel fysiotherapie hebben, maar als de school weer begint is de juf er ook weer” zegt papa.
Thuis gekomen holt Olivier naar mama om te vertellen dat de juf in het ziekenhuis lag en waarom. Van het spelen met Jessie verteld hij wel, maar dat de juf er was vond Olivier veel leuker. Iedereen die het wil horen vertelt Olivier dat hij de juf in het ziekenhuis heeft gezien en waarom.
De laatste dagen van de vakantie speelt Olivier met zijn vriendje van uit de buurt, soms gaat hij een dagje weg met vriendjes mee en andere keren speelt hij gezellig met Tess en Martijn in huis of buiten.
De laatste paar dagen merkt mama dat het tijd is om weer naar school te gaan. De verveling slaat toe en Olivier doet rare dingen. In boom klimmen en er niet meer uit willen, zomaar ineens boos worden of boos zijn als iemand niet met hem wilt spelen. Gelukkig is dat morgen weer over, want dan mogen Olivier en Martijn weer naar school. Tess moet nog even wachten, maar die mag weer naar de peuterspeelzaal. Ook leuk spelen met andere kinderen.

© Radna 2003 voor speelzolder.com

Zoeken

advertentie